Psalm 13:1-6

Aan de leider. Een melodie van Da̱vid. 13  Hoe lang, o Jehovah, zult gij mij vergeten?+ Voor eeuwig?+Hoe lang zult gij uw aangezicht voor mij verbergen?+   Hoe lang zal ik weerstand leggen in mijn ziel,Droefheid in mijn hart bij dag?Hoe lang zal mijn vijand zich boven mij verheffen?+   Zie toch [op mij neer]; antwoord mij, o Jehovah, mijn God.Doe mijn ogen toch stralen,+ opdat ik niet in de dood ontslaap,+   Opdat mijn vijand niet zegt: „Ik heb hem overwonnen!”[Opdat] mijn tegenstanders zelf [niet] blij zijn omdat ik aan het wankelen ben gebracht.+   Wat mij aangaat, ik heb op uw liefderijke goedheid* vertrouwd;+Laat mijn hart blij zijn in uw redding.+   Ik wil zingen ter ere van Jehovah, want hij heeft mij op een belonende wijze bejegend.*+

Voetnoten

Of: „loyale liefde.”
LXXVg voegen toe: „En ik zal de naam van Jehovah, de Allerhoogste, bezingen met melodieën.” Zie 7:17.